Wiskunde: meten van gewicht

 


Tijdens de wiskundeles is het ook belangrijk om veel te DOEN. 

We leerden werken met de balans. Zo zagen we of iets lichter of zwaarder was dan 1 kg. Als we aan 1 kg denken, dan zien we het pak suiker voor ons. 

Ook moesten we voorwerpen correct wegen met de keukenweegschaal. 

Of zelf potjes met zand vullen tot het gevraagde gewicht. 

Allemaal leerrijke doe-oefeningen. 


En wie weet dit nog?

1 kg = ............. g

1/2 kg = een halve kg = .............. g

1/4 kg = ............ g

3/4 kg = ............ g